Kleur is de weerkaatsing van licht. De dominante golflengte van het weerkaatste licht bepaalt het pigment of de aard van de kleur (blauw, groen, etc.). Je kunt hier een verschil maken tussen koude kleuren met korte golflengtes en warme kleuren met lange golflengtes. Daarnaast bepaal je kleur aan de hand van verzadiging, ofwel de geconcentreerdheid van het weerkaatste licht. Het bepaalt de felheid, rijkheid of zuiverheid van een kleur. Bij hoge concentratie zien we een felle kleur, bij een meer diffuse concentratie nemen we een meer grijsachtige kleur waar. Als laatste is er ook nog de waarde van een kleur. Als er veel licht wordt weerkaatst, zien we een lichte kleur; bij weinig weerkaatst licht een donkere.